Ik had me voorgenomen het verhaal voor de Paul Harland Awards deze vakantie af te schrijven. Het was vorig jaar halverwege blijven steken en ik had er sindsdien hoogstens 300 woorden aan toe weten te voegen.
Halverwege de middag sloeg ik het ijzingwekkende boek Hex* dicht. Ik had het in drie dagen uitgelezen. De manier waarop Thomas in iedere vloeiende zin met prachtige woorden de kern weet te treffen, zal ik nooit evenaren. Even zonk me de moed in de schoenen.
Hoe kon ik überhaupt gaan zitten schrijven terwijl de gruwelijke beelden die het boek in mijn brein hadden geplant nog zo vers in mijn geheugen zaten?
Maar toen de wind door mijn haren blies en de zomerzon op mijn wangen scheen, maakten de beelden plaats voor overvolle velden met paarse klaverbloemen. Ik zette mijn gewicht nog wat harder tegen de trappers en fietste ik het bos in. Het bos heeft altijd een goede invloed gehad op mijn muze en voor ik het wist schoten de ideeën net zo snel door mijn hoofd als de bomen langs het pad voorbij leken te glijden.
Thuis schreef ik het slot van mijn wedstrijdverhaal. Nu het midden nog.
* HEX is de bloedstollende roman van Thomas Olde Heuvelt, tweevoudig winnaar van de Paul Harland Prijs en nu ook buiten Nederland populair. Ik las dat Warner Bros zelfs een tv-serie aan het ontwikkelen is op basis van HEX. Het boek gaat over het dorpje Beek bij Nijmegen dat al zo'n 350 jaar een geheim met zich meedraagt. Het hele dorp wordt geteisterd door een heks. Ontsnappen aan haar greep is niet mogelijk zonder daarbij je eigen leven willen nemen. Het eerste deel van het boek is helemaal mijn smaak en zo spannend dat ik er spijt van had het voor het slapen te hebben gelezen. Het tweede deel van het boek, wanneer de thriller in horror verandert, is minder mijn smaak maar wist me desondanks toch te grijpen. De vlotte schrijfstijl, hedendaagse woordkeuze, het originele plot en menselijke karakters maken dat ik dit boek in een adem uitlas. Ieder zin lijkt met onverdeelde aandacht te zijn samengesteld en maken mij als beginnend schrijver vreselijk jaloers, maar ook bijzonder eerbiedig.
Posts tonen met het label Boek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boek. Alle posts tonen
zondag 2 augustus 2015
maandag 25 mei 2015
Fragmentje
Voor een kort verhaal schreef ik:
Zijn ijskoude
lichaam rustte zwaar tegen het hare. Haar ogen schoten open toen het
kleine restje warmte met zijn laatste adem langs haar wang gleed. Ze
omklemde zijn lichaam innig wetende dat hij haar zojuist zijn leven
had geschonken. De ijzige kou die haar lichaam vanuit haar botten
vulde bevroor hem in haar greep. Haar bleke vingers gleden door zijn
met rijp bedekte haren en ze bedankte hem fluisterend. Voorzichtig
duwde ze zijn bevroren, broze lichaam van zich af. Nog eenmaal keek ze
naar zijn levenloze gezicht en drukte haar steenkoude lippen zacht
tegen zijn wang.
"Dwaas,"
dacht ze liefdevol. Met een grote grijns stond ze op, haar priemende
blauwe ogen zochten naar haar volgende doelwit. Hij had haar de kans
gegeven af te maken waar ze aan begonnen was, de destructie van deze
toch al strevende wereld.
vrijdag 15 mei 2015
Schrijfoefening: De brief van Bloesem
Vandaag ga ik weer naar een write-in. We spraken van te voren af een schrijfoefening te maken en deze tijdens de write-in te bespreken. De oefening was het schrijven van een brief van het ene personage uit je verhaal aan het andere. Je leert daardoor jezelf te verplaatsen in de gedachtegang van je personage. Je raakt vertrouwt met het woordgebruik van je personage. En dat samen maakt dat je een beter beeld krijgt van wie je personage nou eigenlijk is. Het kan je helpen om je personage tot leven te laten komen en het geeft je inzicht in hoe een personage om zal gaan met bepaalde gebeurtenissen, keuzes of personen.
Ik schreef een brief van Bloesem aan Wilg. Bloesem is een gevoelig en onzeker meisje, optimistisch maar ook nog erg kinds. Ik hoop dat ik haar persoonlijkheid en haar gedachtegang over de recente gebeurtenissen in mijn boek heb kunnen vangen in deze brief.
Ik schreef een brief van Bloesem aan Wilg. Bloesem is een gevoelig en onzeker meisje, optimistisch maar ook nog erg kinds. Ik hoop dat ik haar persoonlijkheid en haar gedachtegang over de recente gebeurtenissen in mijn boek heb kunnen vangen in deze brief.
Lieve Wilg,
Ik zou zo graag
met je praten. Echt met je praten bedoel ik. Over jouw ouders en je
verleden. Toen jij die ene keer over ze sprak, hoorde ik de liefde in
jouw stem. Wat waren het voor mensen? Mis je ze niet ontzettend? Hoe
zag je leven eruit voordat je wegliep? Ik mis mijn moeder ook. Soms
word ik misselijk als ik bedenk welk verdriet ik haar heb aangedaan,
maar dan denk ik weer aan Vlam. En dan weet ik dat ik dit moet doen.
En dan weet ik ook dat als ik mijn moeder had verteld van mijn plan,
ze me nooit had laten gaan. Ik snap het niet, ze houdt veel van mij,
hoe kan ze dan niet van mijn broertje Vlam houden? Ze doet vaak net
alsof hij nooit bestaan heeft, en als ik erover begin dan wordt ze
boos. Een beetje hetzelfde als jij wanneer ik teveel vragen stel over
jouw ouders. Je wordt niet echt boos, maar je zegt dan ineens niets
meer en wordt heel kortaf. Doet het teveel pijn als ik erover begin?
Maar weet je, het is niet goed om je verdriet weg te stoppen. Dat heb
ik van Twijgje geleerd. Dan word je rot van binnen, zei ze. Alsof
het verdriet een schimmel is die zich steeds verder verspreidt. Dat
vind ik maar een akelige gedachte.
Ik vond het heel
lief van je dat je voor me opkwam toen Regen zo naar tegen me deed.
Even dacht ik dat het je niets kon schelen als Regen zo bot tegen me
doet, want je zei er nooit iets over. Nu weet ik dat jij het ook
vervelend vindt. Regen is maar een vervelend persoon. Ik snap niet
waarom ze altijd zo kwaad is op mij. Ik doe toch niets fout? Ik
probeer haar zelfs alles naar haar zin te maken. Toch snauwt ze vaker
naar mij dan naar jou. Terwijl jij niet eens je best doet om aardig
te zijn tegen haar. Waarom heeft ze zo de pik op mij?
Regen zei dat het
dom was om te denken dat we Vlam kunnen reden en al die andere
kinderen. Eerst vond ik dat gemeen, maar nu denk ik dat ze wel een
beetje gelijk heeft. Hoe kunnen wij met zijn drieën nou een groep
kinderen redden? Toch wil ik het niet opgeven. Misschien bedenken we
wel een geweldig plan als we zien waar ze de kinderen opsluiten.
Misschien zijn er wel geheime gangen te vinden of krijgen we wel
hulp.
Het liefste zou ik
al deze dingen hardop tegen je zeggen, maar je bent zo stoer en stil,
ik durf het niet zo goed. Je wilt vast niet horen dat ik me zo
onzeker voel of dat ik het over je ouders wil hebben. Ik zal proberen
net zo dapper te zijn als jij.
Liefs Bloesem.
dinsdag 31 maart 2015
Fragmentje uit mijn manuscript (in wording)
De huizen zijn oud en verlaten. Toch is er iemand. Misschien een
reiziger die een onderkomen heeft gezocht voor de nacht. Wie het ook
is, Regen is van plan hem te bestelen. Ze wil zacht naar binnen
sluipen, wat te eten weggrissen en zich dan verstoppen in een van de
andere huizen.
De houten trap naar het huis kraakt hoorbaar onder haar voeten. Ze blijft
staan en luistert. In het huis voor haar blijft het donker en stil.
Behoedzaam loopt ze verder naar de deur, die ze zachtjes een zetje
geeft. De deur gaat zacht krakend open.
Twee goudgele en twee groene ogen kijken haar aan vanuit de geopende
ruimte. De twee goudgele ogen vernauwen zich en komen met een luide
grom in beweging. Voor ze beseft wat er gebeurt, slaat ze met haar
achterhoofd tegen de bovenste trede van de trap. De zware poten van
een panter duwen op haar buik en een ontblote rij vlijmscherpe tanden
blinkt vlak voor haar gezicht.
Regen heeft maar een paar tellen nodig om van de schrik te bekomen.
Geërgerd duwt ze met één hand tegen de flank van het dier.
"Ga van me af stom beest."
"Distel blijf," commandeert de stem van een jongen.
Een magere jongen met fel groene ogen en een bos piekerig groen haar
stapt naast de panter in het maanlicht.
"Wie ben je?" vraagt hij op een dreigende toon.
"Gaat je geen klap aan," antwoordt Regen, niet erg onder de
indruk van de kleine jongen in niet meer dan een hemd en een
onderbroek.
"Wat kom je hier doen?" vraagt hij. Hij legt zijn hand in
de nek van de panter.
"Haal die lompe kat van me af en dan vertel ik je dat
misschien," sist Regen.
zaterdag 14 maart 2015
Wat zegt Wilg er zelf over?
Waarom loop ik toch vast? Ik weet precies wat ik wil dat er gebeurt in mijn verhaal. Wilg en Otter gaan samen op pad om Distel (de panter van Wilg) op te halen. Toch lukt het me niet om er echt voor te gaan zitten.
Tijdens de workshop op de Paul Harland Dag, kregen wij als deelnemers de tip om een keer een brief te schrijven vanuit je personage aan jou als schrijver. Leuke opdracht, maar een beetje overbodig voor mij dacht ik. Want ik heb toch ieder personage goed uitgewerkt met een moodboard en een duidelijk woordweb? Maar nu denk ik dat deze oefening misschien precies is wat ik nodig heb. Wilg is een ingewikkeld personage en ik vermijd het om vanuit zijn perspectief te schrijven.
Beste Margriet,
Je zet me voor het blok. Ik wil Bloesem niet achterlaten bij Regen. Bloesem moet voor zichzelf leren opkomen. Ik wil dat niet voor haar doen, dat maakt haar zwak. Zwak in de ogen van Regen en in haar eigen ogen. Ze is niet zwak. Ze is dapper, alleen weet ze dat zelf nog niet. Als ik haar nu achterlaat bij Regen dan gaat het misschien weer mis tussen die twee. Ik haat het dat ik er de vorige keer iets van heb gezegd, maar ik denk ook dat Bloesem mij nodig heeft om te voelen dat er iemand achter haar staat.
Nu wil jij dat ik die twee achterlaat en samen met Otter naar Distel ga zoeken. Begrijp me goed ik kan Distel echt niet missen, maar ik denk niet dat het goed is voor een panter mee te gaan op een boot. Hij zou vrij moeten zijn. Waarom loopt hij achter mij aan? Waarom gedraagt hij zich niet zoals een wild dier? Hij hoort in het woud, niet op een boot.
Daar sta ik dan, voor dat blok van jou. Ik wil Bloesem helpen, ik heb het beloofd en ik verbreek mijn beloftes niet. Maar Distel is mijn enige echte vriend, ik wil hem niet moeten missen. Nou wil jij dat ik hem ga halen en dan meeneem op de boot en daarom loop jij dus vast met je boek, want dat wil ik dus niet. Dat is niet goed voor hem. En als ik het hem vraag, dan gaat hij mee. Hij volgt mij, ook op die boot en dan zal ik mij schuldig voelen, dat ik hem dat aandoe.
En dan is er ook nog Otter. Ik ken hem niet. Ik vertrouw hem niet. Waarom moet hij met mij mee? Wat wil hij dan gaan doen? Waarom helpt hij ons? En waar wil hij ons naartoe brengen met die boot van hem?
Wilg
Tja, wat kan ik ervan zeggen? Opdracht geslaagd. Het heeft me heel veel inzicht gegeven om dit zo op te schrijven. Ik wil iets van een personage wat niet bij zijn karakter past. Dit geeft stof tot nadenken. En ik raad het iedere schrijver aan die vastloopt met zijn verhaal.
Tijdens de workshop op de Paul Harland Dag, kregen wij als deelnemers de tip om een keer een brief te schrijven vanuit je personage aan jou als schrijver. Leuke opdracht, maar een beetje overbodig voor mij dacht ik. Want ik heb toch ieder personage goed uitgewerkt met een moodboard en een duidelijk woordweb? Maar nu denk ik dat deze oefening misschien precies is wat ik nodig heb. Wilg is een ingewikkeld personage en ik vermijd het om vanuit zijn perspectief te schrijven.
Beste Margriet,
Je zet me voor het blok. Ik wil Bloesem niet achterlaten bij Regen. Bloesem moet voor zichzelf leren opkomen. Ik wil dat niet voor haar doen, dat maakt haar zwak. Zwak in de ogen van Regen en in haar eigen ogen. Ze is niet zwak. Ze is dapper, alleen weet ze dat zelf nog niet. Als ik haar nu achterlaat bij Regen dan gaat het misschien weer mis tussen die twee. Ik haat het dat ik er de vorige keer iets van heb gezegd, maar ik denk ook dat Bloesem mij nodig heeft om te voelen dat er iemand achter haar staat.
Nu wil jij dat ik die twee achterlaat en samen met Otter naar Distel ga zoeken. Begrijp me goed ik kan Distel echt niet missen, maar ik denk niet dat het goed is voor een panter mee te gaan op een boot. Hij zou vrij moeten zijn. Waarom loopt hij achter mij aan? Waarom gedraagt hij zich niet zoals een wild dier? Hij hoort in het woud, niet op een boot.
Daar sta ik dan, voor dat blok van jou. Ik wil Bloesem helpen, ik heb het beloofd en ik verbreek mijn beloftes niet. Maar Distel is mijn enige echte vriend, ik wil hem niet moeten missen. Nou wil jij dat ik hem ga halen en dan meeneem op de boot en daarom loop jij dus vast met je boek, want dat wil ik dus niet. Dat is niet goed voor hem. En als ik het hem vraag, dan gaat hij mee. Hij volgt mij, ook op die boot en dan zal ik mij schuldig voelen, dat ik hem dat aandoe.
En dan is er ook nog Otter. Ik ken hem niet. Ik vertrouw hem niet. Waarom moet hij met mij mee? Wat wil hij dan gaan doen? Waarom helpt hij ons? En waar wil hij ons naartoe brengen met die boot van hem?
Wilg
Tja, wat kan ik ervan zeggen? Opdracht geslaagd. Het heeft me heel veel inzicht gegeven om dit zo op te schrijven. Ik wil iets van een personage wat niet bij zijn karakter past. Dit geeft stof tot nadenken. En ik raad het iedere schrijver aan die vastloopt met zijn verhaal.
maandag 2 maart 2015
Gelezen: Superhelden.nl
Geïnspireerd door de workshop van Marcel van Driel tijdens het Paul Harland Gala, kocht ik zijn boek. Ik wilde nu ook zelf lezen waar hij het over had tijdens de workshop. Het boek dat ik kocht: Superhelden.nl deel 1.
Binnen twee dagen had ik het boek uit. Het leest heerlijk weg. De vlotte schrijfstijl leest heel prettig en houdt je aandacht het hele boek vast. Het verhaal is spannend en de hoofdpersoon interessant. De schrijver gaf aan dat het boek voor de leeftijd 11+ is. Daar zou ik zelf 13+ van maken. Qua niveau is het misschien goed te lezen voor een elfjarige, maar het taalgebruik en de onderwerpen zijn naar mijn idee toch meer voor een net wat ouder publiek.
Het verhaal gaat over Iris, een meisje van dertien die na het uitspelen van een online spel, wordt ontvoerd naar een eiland waar haar training tot superheld begint. Het meesterbrein achter de organisatie laat de kinderen allerlei bloedstollende testen uitvoeren. Zijn grotere plan is voor de superhelden niet duidelijk, maar er is geen ontsnappen aan. Via een chip in hun nek worden de jongeren gedwongen de bevelen op te volgen of te sterven aan de dosis gif die via de chip in hun bloedbaan kan worden losgelaten.
Minpunt: Het meesterbrein gebruikt nogal veel referenties naar boeken en films voor zijn dodelijke testen. Sommige lezers zullen dit heel leuk vinden en de knipoog naar de beroemde titels kunnen waarderen, ik vond het zelf wat minder.
Binnen twee dagen had ik het boek uit. Het leest heerlijk weg. De vlotte schrijfstijl leest heel prettig en houdt je aandacht het hele boek vast. Het verhaal is spannend en de hoofdpersoon interessant. De schrijver gaf aan dat het boek voor de leeftijd 11+ is. Daar zou ik zelf 13+ van maken. Qua niveau is het misschien goed te lezen voor een elfjarige, maar het taalgebruik en de onderwerpen zijn naar mijn idee toch meer voor een net wat ouder publiek.
Het verhaal gaat over Iris, een meisje van dertien die na het uitspelen van een online spel, wordt ontvoerd naar een eiland waar haar training tot superheld begint. Het meesterbrein achter de organisatie laat de kinderen allerlei bloedstollende testen uitvoeren. Zijn grotere plan is voor de superhelden niet duidelijk, maar er is geen ontsnappen aan. Via een chip in hun nek worden de jongeren gedwongen de bevelen op te volgen of te sterven aan de dosis gif die via de chip in hun bloedbaan kan worden losgelaten.
Minpunt: Het meesterbrein gebruikt nogal veel referenties naar boeken en films voor zijn dodelijke testen. Sommige lezers zullen dit heel leuk vinden en de knipoog naar de beroemde titels kunnen waarderen, ik vond het zelf wat minder.
dinsdag 10 februari 2015
Paul Harland Prijs: Dik verloren en toch gelukkig
Ik voorspelde het al toen ik de uitnodiging kreeg. Mijn verhaal voor de Paul Harland Prijs was bij lange na niet goed genoeg. Ik eindigde ergens onderaan in de laatste groep. Toch ben ik helemaal niet uit het veld geslagen. In tegendeel, ik heb meer motivatie dan ooit.
Het Gala ter ere van de Paul Harland Prijs was een enorm inspirerende ervaring. Tijdens de opening maakte ik kennis met een andere kandidaat die net als ik voor het eerst mee deed. Ik trok het grootste deel van de middag met haar op. We wisselde e-mailadressen uit en hebben deze week al na kunnen kletsen over het gala. 's-Middags woonde ik een workshop bij van Marcel van Driel. Schrijver van de boeken: Superhelden.nl. Ik weet niet zo goed of ik me nou wel of niet had ingeschreven voor zijn workshop, ik denk van niet, maar ik ben erg blij dat ik stiekem aanschoof. Ik kocht die middag ook zijn boek, die hij natuurlijk eerst voor me signeerde. Het boek heeft net als het boek wat ik poog te schrijven, drie belangrijke hoofdfiguren en ik hoop er heel veel van te gaan leren. En ook heel veel plezier van te hebben natuurlijk. De workshop gaf mij een hoop nieuwe inzichten, waar ik het liefst meteen mee aan de slag was gegaan.
De presentator van de prijsuitreiking wist de boel met een goede dosis humor en een knipoog aan elkaar te praten. Uit ons write-in clubje, ontving Nieske de Fenixaward! Deze prijs is voor de hoogste stijger vergeleken het vorige jaar. Ze steeg maar liefst 182 plaatsen! Zoals ik al schreef, belande ik ergens onderaan, maar dat had ik ook wel verwacht. Mijn verhaal was niet echt sterk en niet zo geschikt voor een wedstrijd. Het jurycommentaar op mijn verhaal belichtte zaken waar ik nog niet bij had stilgestaan, maar waar ik het wel mee eens was. Dat Nieske zoveel plaatsen steeg geeft mij hoop en heel veel motivatie om dit jaar weer mee te gaan doen. Nu met een beter verhaal waar ik veel kritischer naar zal gaan kijken. Zelfs al heeft de concurrentie al veel meer ervaring dan ik.
Wat ik leerde over mijzelf? Dat ik al die tijd alleen maar verhalen schreef om mijn fantasie een plekje te geven, maar niet om een kwalitatief goed verhaal neer te pennen. En ik dat dus nog echt moet leren. Dat ik geen natuurtalent ben, maar dat dit niet betekent dat het me nooit zal lukken, ik moet er gewoon net wat harder voor werken. Dat ik de gedachte: "Ik ben niet goed genoeg" moet vervangen voor: "Ik ben NOG niet goed genoeg".
Het Gala ter ere van de Paul Harland Prijs was een enorm inspirerende ervaring. Tijdens de opening maakte ik kennis met een andere kandidaat die net als ik voor het eerst mee deed. Ik trok het grootste deel van de middag met haar op. We wisselde e-mailadressen uit en hebben deze week al na kunnen kletsen over het gala. 's-Middags woonde ik een workshop bij van Marcel van Driel. Schrijver van de boeken: Superhelden.nl. Ik weet niet zo goed of ik me nou wel of niet had ingeschreven voor zijn workshop, ik denk van niet, maar ik ben erg blij dat ik stiekem aanschoof. Ik kocht die middag ook zijn boek, die hij natuurlijk eerst voor me signeerde. Het boek heeft net als het boek wat ik poog te schrijven, drie belangrijke hoofdfiguren en ik hoop er heel veel van te gaan leren. En ook heel veel plezier van te hebben natuurlijk. De workshop gaf mij een hoop nieuwe inzichten, waar ik het liefst meteen mee aan de slag was gegaan.
De presentator van de prijsuitreiking wist de boel met een goede dosis humor en een knipoog aan elkaar te praten. Uit ons write-in clubje, ontving Nieske de Fenixaward! Deze prijs is voor de hoogste stijger vergeleken het vorige jaar. Ze steeg maar liefst 182 plaatsen! Zoals ik al schreef, belande ik ergens onderaan, maar dat had ik ook wel verwacht. Mijn verhaal was niet echt sterk en niet zo geschikt voor een wedstrijd. Het jurycommentaar op mijn verhaal belichtte zaken waar ik nog niet bij had stilgestaan, maar waar ik het wel mee eens was. Dat Nieske zoveel plaatsen steeg geeft mij hoop en heel veel motivatie om dit jaar weer mee te gaan doen. Nu met een beter verhaal waar ik veel kritischer naar zal gaan kijken. Zelfs al heeft de concurrentie al veel meer ervaring dan ik.
Wat ik leerde over mijzelf? Dat ik al die tijd alleen maar verhalen schreef om mijn fantasie een plekje te geven, maar niet om een kwalitatief goed verhaal neer te pennen. En ik dat dus nog echt moet leren. Dat ik geen natuurtalent ben, maar dat dit niet betekent dat het me nooit zal lukken, ik moet er gewoon net wat harder voor werken. Dat ik de gedachte: "Ik ben niet goed genoeg" moet vervangen voor: "Ik ben NOG niet goed genoeg".
zondag 25 januari 2015
De kaart van mijn fantasiewereld
Een tijdje geleden gaf ik wat tips over het ontwerpen van je eigen fantasiewereld.
Een van de tips was het maken van een kaart. Dit is mijn kaart.
Het toont een stukje van de buurlanden, want ook de buurlanden hebben effect op het leven in jouw land. Ik heb met nummers aangegeven wat de start of herkomstpositie is van mijn personages. Ik heb de namen van de gebieden en steden in mijn land aangegeven en verschillende soorten natuur een plekje gegeven. Daarbij ben ik uitgegaan van de natuur in Frankrijk. Ik wilde niet dat mijn land een mengelmoes zou worden van jungle, naaldbossen en woestijnen, het moest wel een beetje logisch blijven.
De namen van mijn gebieden zijn gebaseerd op de namen van kleuren. Daarvoor heb ik eerst een lijst gemaakt met benamingen van kleuren. De mooiste benamingen heb ik een plekje gegeven in mijn land. Al vond ik het soms ook mooier om gewoon 'groen' te zeggen in plaats van bijvoorbeeld 'smaragd'.
Omdat mijn personages veel op reis zijn, heb ik ook een schaal aangegeven. Zo kan ik uitrekenen hoe lang ze ongeveer onderweg zullen zijn van de ene naar de andere plaats.
Een van de tips was het maken van een kaart. Dit is mijn kaart.
Het toont een stukje van de buurlanden, want ook de buurlanden hebben effect op het leven in jouw land. Ik heb met nummers aangegeven wat de start of herkomstpositie is van mijn personages. Ik heb de namen van de gebieden en steden in mijn land aangegeven en verschillende soorten natuur een plekje gegeven. Daarbij ben ik uitgegaan van de natuur in Frankrijk. Ik wilde niet dat mijn land een mengelmoes zou worden van jungle, naaldbossen en woestijnen, het moest wel een beetje logisch blijven.
De namen van mijn gebieden zijn gebaseerd op de namen van kleuren. Daarvoor heb ik eerst een lijst gemaakt met benamingen van kleuren. De mooiste benamingen heb ik een plekje gegeven in mijn land. Al vond ik het soms ook mooier om gewoon 'groen' te zeggen in plaats van bijvoorbeeld 'smaragd'.
Omdat mijn personages veel op reis zijn, heb ik ook een schaal aangegeven. Zo kan ik uitrekenen hoe lang ze ongeveer onderweg zullen zijn van de ene naar de andere plaats.
zaterdag 3 januari 2015
Dit is Bloesem
Ik schreef al eerder over Bloesem. Toen ik een nieuwe naam voor haar zocht.
Om mijn personages echt goed vorm te geven maakte ik eerst een moodboard voor al de belangrijke personages in mijn boek. Een moodboard is een verzameling plaatjes die je vindt passen bij het personage. Het moodboard van Bloesem heeft veel roze kleuren en bloemen. Er staan twee schattige meisjes met blond haar op en wat plaatjes van huizen, boomgaarden en andere plekken waar ik me kan voorstellen dat zij graag is.
Daarna heb ik een woordweb gemaakt. Voor Bloesem maakte ik vorige week een nieuwe, omdat ik vond dat ik haar woordweb aan de start van mijn schrijfproces niet genoeg had uitgewerkt. In een woordweb plaats ik allerlei karaktereigenschappen die ik belangrijk vind voor het personage. Maar ik schrijf ook de namen van andere personages waar ze mee te maken krijgt in het woordweb. Daar schrijf ik associaties bij over hoe die personages op Bloesem over komen en welke gedachten en gevoelens ze bij hen heeft.
Voor sommige personages maak ik ook een tijdlijn van het verleden of schrijf ik een beknopte biografie.
Dit is dus Bloesem.
Bloesem woont op de zolder van een groot herenhuis samen met haar moeder en het andere personeel. Het herenhuis staat in een dorpje aan de rand van het woud en aan de oever van een rivier. Bloesem speelt graag in de boomgaarden en de velden van de boerderijen rondom het dorp. Soms gaat ze ook het woud in, maar nooit te ver. Ze gaat niet naar school, maar helpt al wel mee in het huishouden. Ze krijgt vaak simpele taken zoals het opmaken van de bedden of het schillen van aardappels. Het dochtertje van de heer waar Bloesem en haar moeder voor werken, is haar enige vriendinnetje. Maar ook de rest van het personeel is dol op haar. Bloesem is een vrolijk en gevoelig kind van een jaar of 10. Ze heeft een enorm hart waar voor iedereen een plekje is. Het is dan ook onbegrijpelijk voor haar dat een paar jaar geleden haar moeder haar broertje weggaf aan de soldaten van de koning. De baby was slechts drie dagen oud. Haar moeder had gehuild sinds de geboorte van het kindje en haar vader was de deur uit gelopen en nooit meer terug gekomen. Bloesem vraagt regelmatig aan haar moeder waarom haar broertje is meegenomen, maar krijgt daar geen antwoord op. Ze weet wel dat haar broertje anders was, met zijn vuurrode haren en oranje ogen, maar dat is voor Bloesem geen excuus.
Dan ontmoet Bloesem Wilg. Een jongen met groene haren en felle groene ogen en hoe het dan verder gaat.... dat verklap ik niet.
Om mijn personages echt goed vorm te geven maakte ik eerst een moodboard voor al de belangrijke personages in mijn boek. Een moodboard is een verzameling plaatjes die je vindt passen bij het personage. Het moodboard van Bloesem heeft veel roze kleuren en bloemen. Er staan twee schattige meisjes met blond haar op en wat plaatjes van huizen, boomgaarden en andere plekken waar ik me kan voorstellen dat zij graag is.
Daarna heb ik een woordweb gemaakt. Voor Bloesem maakte ik vorige week een nieuwe, omdat ik vond dat ik haar woordweb aan de start van mijn schrijfproces niet genoeg had uitgewerkt. In een woordweb plaats ik allerlei karaktereigenschappen die ik belangrijk vind voor het personage. Maar ik schrijf ook de namen van andere personages waar ze mee te maken krijgt in het woordweb. Daar schrijf ik associaties bij over hoe die personages op Bloesem over komen en welke gedachten en gevoelens ze bij hen heeft.
Voor sommige personages maak ik ook een tijdlijn van het verleden of schrijf ik een beknopte biografie.
Dit is dus Bloesem.
Bloesem woont op de zolder van een groot herenhuis samen met haar moeder en het andere personeel. Het herenhuis staat in een dorpje aan de rand van het woud en aan de oever van een rivier. Bloesem speelt graag in de boomgaarden en de velden van de boerderijen rondom het dorp. Soms gaat ze ook het woud in, maar nooit te ver. Ze gaat niet naar school, maar helpt al wel mee in het huishouden. Ze krijgt vaak simpele taken zoals het opmaken van de bedden of het schillen van aardappels. Het dochtertje van de heer waar Bloesem en haar moeder voor werken, is haar enige vriendinnetje. Maar ook de rest van het personeel is dol op haar. Bloesem is een vrolijk en gevoelig kind van een jaar of 10. Ze heeft een enorm hart waar voor iedereen een plekje is. Het is dan ook onbegrijpelijk voor haar dat een paar jaar geleden haar moeder haar broertje weggaf aan de soldaten van de koning. De baby was slechts drie dagen oud. Haar moeder had gehuild sinds de geboorte van het kindje en haar vader was de deur uit gelopen en nooit meer terug gekomen. Bloesem vraagt regelmatig aan haar moeder waarom haar broertje is meegenomen, maar krijgt daar geen antwoord op. Ze weet wel dat haar broertje anders was, met zijn vuurrode haren en oranje ogen, maar dat is voor Bloesem geen excuus.
Dan ontmoet Bloesem Wilg. Een jongen met groene haren en felle groene ogen en hoe het dan verder gaat.... dat verklap ik niet.
maandag 22 december 2014
Terug in de pen geklommen
Of het nou de plotselinge schrijfangst was die na mijn inzending voor de Paul Harland Prijs ontstond, of dat ik vanaf mei meer ben gaan werken en geen energie meer had om er weer eens echt voor te gaan zitten, ik heb bar weinig geschreven dit afgelopen half jaar. Het hele jaar eigenlijk niet. Nog geen 8.000 woorden in een jaar. Dat is echt vreselijk weinig.
Zondag schreef ik eindelijk weer eens wat, maar het kostte me wel enorm veel moeite. Ik blijf maar van mijzelf verwachten dat mijn verhaal meteen perfect moet zijn en dat hoeft helemaal niet. Overal om mij heen lees en hoor ik dat het veel belangrijker is om gewoon eerst het hele verhaal te schrijven en dat het bijschaven en verbeteren daarna pas komt. Toch wil ik graag dat ieder hoofdstuk meteen leuk is met prachtige zinnen en goed lopende dialogen. Wat als resultaat heeft dat ik dan maar helemaal niets meer schrijf. Niet erg handig als je blijft dromen van het schrijven van een boek.
Een vriendin gaf me daarom de volgende tip: Gebruik je blog als stok achter de deur. En dat ga ik vanaf nu dan ook doen. Iedere week zal ik een nieuw bericht schrijven in deze categorie om mijzelf te stimuleren om met het schrijven bezig te blijven. Zo worden jullie ineens allemaal mijn schrijfcoaches.
Zondag schreef ik eindelijk weer eens wat, maar het kostte me wel enorm veel moeite. Ik blijf maar van mijzelf verwachten dat mijn verhaal meteen perfect moet zijn en dat hoeft helemaal niet. Overal om mij heen lees en hoor ik dat het veel belangrijker is om gewoon eerst het hele verhaal te schrijven en dat het bijschaven en verbeteren daarna pas komt. Toch wil ik graag dat ieder hoofdstuk meteen leuk is met prachtige zinnen en goed lopende dialogen. Wat als resultaat heeft dat ik dan maar helemaal niets meer schrijf. Niet erg handig als je blijft dromen van het schrijven van een boek.
Een vriendin gaf me daarom de volgende tip: Gebruik je blog als stok achter de deur. En dat ga ik vanaf nu dan ook doen. Iedere week zal ik een nieuw bericht schrijven in deze categorie om mijzelf te stimuleren om met het schrijven bezig te blijven. Zo worden jullie ineens allemaal mijn schrijfcoaches.
zaterdag 20 december 2014
Paul Harland Prijs: de uitnodiging
Ik weet dat het verhaal wat in juni ingestuurd heb voor de wedstrijd, echt niet mijn beste werk is. Achteraf denk ik ook niet dat het geschikt was voor een wedstrijd. En ik verwacht dan ook werkelijk dat ik ergens onderaan bungel in de ranglijst. Toen de uitnodiging voor de prijsuitreiking in mijn mailbox verscheen, had ik dan ook meteen besloten om niet te gaan.
Na een paar dagen begon die beslissing toch te knagen. Wie wil er nou niet tapas eten met professionele schrijvers en in een mooie jurk een heus gala bijwonen? Daarbij zijn er 's middags allerlei interessante workshops waar ik aan mee mag doen. Zelfs al word ik laatste, ik kan er altijd wat van leren. Want Rome is ook niet in één dag gebouwd en 'if you've hit rock bottom, you can only go up' en meer van dat soort dingen. En dus besloot ik toch te gaan.
En met die beslissing begon het weer te kriebelen. Ik heb eindelijk weer wat moed om te gaan schrijven en kijk uit naar de kerstvakantie die me hopelijk ook de rust geeft om dat te doen.
dinsdag 11 november 2014
Je eigen fantasiewereld ontwerpen
Laatst bezocht ik weer een write-in. Een samenkomst met anderen die de droom koesteren ooit een echte schrijver te worden. Er werd weinig geschreven, maar wel veel besproken. Ik ging met goede moed en nieuwe ideeën naar huis.Ontwerp je eigen fantasiewereld
Als je, zoals wij, een boek in het genre 'fantasy' wil schrijven, is het belangrijk om goed na te denken in welke omgeving je verhaal zich afspeelt. Ga je voor een hele nieuwe wereld? Ga je voor onze eigen bekende wereld, maar met een fantasie element? Of ga je voor een combinatie van beide? Het is belangrijk om van te voren te bedenken wat het 'decor' van je verhaal gaat worden. Je kan daarbij met volgende zaken rekening houden.
Hou het begrijpelijk
Het gevaar van een eigen wereld ontwerpen is dat je alles nieuw en bijzonder wilt maken. Dat je alle bomen en planten nieuwe kenmerken en namen gaat geven, allerlei nieuwe dieren bedenkt en het landschap overspoelt met vreemde natuurverschijnselen en bouwwerken. Je kan zelfs zo ver gaan om de seizoenen, jaartelling, tijdsbepalingen en het dag en nacht ritme helemaal om te gooien. Dit kan heel verwarrend zijn voor de lezer. De lezer moet dan zoveel nieuwe informatie verwerken en zich daar een beeld van vormen, dat dit ten koste kan gaan van het verhaal wat je wilt vertellen. Hou het daarom begrijpelijk en pas alleen zaken aan die een toegevoegde waarde hebben op je verhaal.
Landschap en omgeving
Maak een kaart van het gebied waarin je verhaal zich afspeelt. Het is soms wenselijk om ook de omliggende gebieden in kaart te brengen. Breng de rivieren, bergen, bossen en steden in kaart. Bepaal het klimaat en de afstand tussen de bewoonde gebieden. Dit kan je een beter inzicht geven in de manier van leven van de bewoners van je land.
Tijdsgeest
De wereld komt pas echt goed tot leven als je een bepaalde tijdsgeest koppelt aan je verhaal. Je kan dit baseren op bestaande tijdsperiodes zoals de middeleeuwen of de renaissance. Het wordt op deze manier makkelijker om te bepalen welke technologische ontwikkelingen de bevolking van jouw wereld heeft doorgemaakt, hoe de huizen en kleding er ongeveer uit zullen zien en welke materialen ze hiervoor gebruiken.
Politiek en godsdienst
Iedere beschaving heeft een vorm van bestuur. Heeft jouw land een koning? Een president? Een raad? Of leven de mensen in kleine groepen met ieder hun eigen vorm van bestuur? Is er godsdienst? En welke invloed heeft dat geloof op het leven van je bevolking? Welke invloed heeft de politiek op de ontwikkelingen in je land of de normen en waarden van je bevolking? Als jouw hoofdpersoon niet veel te maken heeft met de politiek of de godsdienst, hou het dan simpel. Het heeft geen zin om een hele nieuwe bestuursvorm te bedenken als dit verder geen enkele invloed heeft op je verhaal.
Geschiedenis
Breng je wereld tot leven met een stukje geschiedenis. Een bevolking die net 10 jaar in oorlog heeft geleefd, zal zich anders gedragen dan een bevolking die altijd in vrede en rijkdom heeft geleefd. Gebieden in jouw wereld zullen zijn veranderd door de gebeurtenissen in de geschiedenis. Je wereld wordt dynamischer wanneer jouw hoofdpersoon een vervallen standbeeld van een oorlogsheld passeert, de ruïne van een oude stad bezoekt of er achter komt dat het 'Gebergte van Jonaval' zo heet, omdat de ontdekkingsreiziger Jonaval de eerste was die het gebergte overstak.
Pas wanneer je een goed ontwerp hebt van je wereld, krijgt je verhaal meer diepte.
vrijdag 17 oktober 2014
Eindelijk weer geschreven
De laatste keer dat ik iets schreef voor mijn boek, was 26 april. Ai, dat is lang geleden. In de tussentijd heb ik wel gewerkt aan twee verhalen voor schrijfwedstrijden. Eén verhaal heb ik ingestuurd, de andere heb ik niet afgemaakt. Ik ben er totaal niet tevreden over en ben erg bang dat ik ergens onderaan eindig. Het heeft misschien ook daarom wel zo lang geduurd voor ik weer ging schrijven. Deze week lukte het me dan toch om er eens rustig voor te gaan zitten en dat was heel erg fijn. Hier een klein fragment van wat ik deze week schreef.
Het pad slingert tussen de bomen door en brengt hen steeds dichter
bij de kust. De lucht proeft zout en in de verte klinkt het ruisen
van de zee. Na een paar bochten staan ze ineens uit te kijken over
het oneindige blauwe water oppervlak van de zee.
Regen voelt haar hart naar haar maag zakken. Versteend in haar pas
staart ze naar de schittering van het zonlicht in de golven en de
enorme blauwe lucht erboven, die enkel wordt doorbroken door een wolk
en wat vogels. Haar blik dwaalt af naar het bruisende witte schuim
dat tegen de zachte randen van het pad slaat. Een warme zuivere bries
speelt met haar blauwe haren en droogt de beginnende tranen in haar
ooghoeken. Regen sluit haar ogen en haalt diep adem. Even voelt ze
zich alsof ze weer op de rots boven de vallei staat, waar ze de
vrijheid in de wind kon proeven. Dan opent ze haar ogen en weet dat
dit anders is. Dit is beter. Ze is nu echt vrij. Niemand houdt haar
nu nog tegen. Haar lippen vormen zich in een glimlach en langzaam
loopt ze tot haar knieën het water in.
"Wat doe jij nou?" vraagt Bloesem. Ze had net zo verwonderd
naar de zee staan kijken als Regen en Wilg, want geen van hen had
ooit eerder de oceaan gezien.
Regen geeft geen antwoord. Ze heft haar handen en de wind zet aan. De
golven rijzen en slaan tegen haar middel kapot. De wind blaast haar
haren in haar gezicht en ze lacht. Hardop. Ze lacht steeds luider en eindigt haar salvo met een uitzinnige kreet. Dan slaakt ze een diepe
zucht. Ze laat haar armen weer zakken, de wind neemt af en de golven
komen tot rust. Ze draait zich naar het drietal op het pad. Bloesem
kijkt wat angstig, Distel drukt zijn oren plat tegen zijn kop, maar Wilg glimlacht
en knikt met een begripvolle blik.
woensdag 17 september 2014
Beginzin
De eerste zin van je boek. Een cruciale zin. Je
moet je woorden heel zorgvuldig kiezen. De eerste zin moet je lezer
prikkelen, nieuwsgierig maken en ook meteen de toon
zetten voor de rest van het boek. Het is de eerste kennismaking van
de lezer met jouw schrijfstijl.
Het vasthouden van die aandacht is misschien
nog wel moeilijker, maar een goed begin is het halve werk.
O, de suizelende wind door het jonge riet!
Hasse Simonsdochter kon er nooit genoeg van krijgen.
Hasse
Simonsdochter - Thea Beckman
Rond mijn elfde levensjaar verslond ik alle
boeken van Thea Beckman. Ik was toen al verknocht aan verhalen met
poëtische zinnen, helden in dramatische situaties tegen een
historische of sprookjesachtige achtergrond.
Boeken zoals: Juniper van Monica Furlong en de Meester van de Zwarte Molen van O. Preussler bleven mij nog lang bij. Ik hield al van fantasy voor ik van het bestaan van het genre wist.
Boeken zoals: Juniper van Monica Furlong en de Meester van de Zwarte Molen van O. Preussler bleven mij nog lang bij. Ik hield al van fantasy voor ik van het bestaan van het genre wist.
"Wil je echt niet dat we je
wegbrengen?"
"Nee." Het klonk heel beslist. Marcella stond tegenover haar ouders in de kleine woonkamer, de koffer naast haar op de grond.
"Nee." Het klonk heel beslist. Marcella stond tegenover haar ouders in de kleine woonkamer, de koffer naast haar op de grond.
Medeplichtig
- Anke de Vries
Deze eerste zinnen uit nog zo'n boek uit mijn
jeugd, zuigen je meteen in het verhaal. Ze roepen vragen op en zetten
meteen de sfeer van het moment neer. Ik hou ervan als een boek meteen
begint met actie.
Hetzelfde geldt voor de boeken van Hadley
Irwin. Mijn favoriete schrijfster toen ik 13 jaar was. Zij
introduceerde me met de 'ik-vorm' en haar verhalen gingen altijd over
tieners, waar ik me enorm mee kon identificeren. Deze boeken vallen
niet en het fantasy genre, maar waren ook geen doorsnee tiener
verhalen.
"Ik begrijp jou niet." De directrice
vouwde haar handen en keek me over de rand van haar halve
brillenglazen aan, zodat het leek alsof ze vier ogen had.
Kimiko
- Hadley Irwin
Pas in mijn studententijd ging ik Harry Potter
lezen. Ik wilde jeugdboeken gaan schrijven en las er dan ook nog
steeds veel. Voor mijn studie moest ik ook wel eens non-fictie lezen
van grote Nederlandse schrijvers, maar als ik er mee weg kon komen
bij de leerkracht, las ik liever fantasyboeken.
De warmste dag van de zomer tot dusver liep op
zijn eind en een slaperige stilte hing over de grote, vierkante
huizen aan de Ligusterlaan.
Harry
Potter en de Orde van de Fenix - J.K. Rowling
En dan als bonus nog een pareltje uit mijn collectie voor
volwassenen:
Hij kwam op een late, natte lentedag en bracht
de wijde wereld terug naar mijn drempel.
De
Oproep van de Nar - Robin Hobb
Zoals je misschien al gemerkt hebt, hou ik van
poëtische beginzinnen. Ieder hoofdstuk wat ik schrijf, probeer ik
krachtig te starten. Uit mijn eigen werk, ben ik het meest trots op
de volgende zinnen:
De
regendruppels glijden als kleine riviertjes over haar wangen. Meisje
heeft haar ogen dicht, maar haar gezicht naar de hemel gericht. Het
koude water klettert op haar neer.
Het is winter. De bevroren bladeren breken knisperend kapot onder
zijn blote voeten.
Het is maar een ketting. Hoe vaak hij dat ook tegen zichzelf
zegt, hij blijft zijn hand tegen zijn borst houden, tastend naar de
zilveren ketting met de hanger van opaal, die daar niet meer hangt.
De winter bij Maan was de beste tijd van haar
leven.
Heb jij ook favoriete beginzinnen?
zaterdag 16 augustus 2014
Kronkels in de Nederlandse taal.
Sinds de nationale IQ-test bleef het
woord 'gezweefvliegd' in mijn hoofd zitten. Ik was ervan
overtuigd dat het zweefgevlogen had moeten zijn. Net zoals ik
al jaren zeg dat ik heb stofgezogen en nooit zeg dat ik heb
gestofzuigd. Eerlijk waar ik moest altijd een beetje grinniken
als iemand gestofzuigd zei. Want dat klonk toch helemaal niet!
Het voltooid deelwoord van zuigen is gezogen, dus waarom zou je dan
gestofzuigd zeggen?!
Nou blijkt dus dat ik het al die jaren al fout heb. Al dat stof dat ik heb gezogen, tijdens dat ik heb gestofzuigd.
Nou blijkt dus dat ik het al die jaren al fout heb. Al dat stof dat ik heb gezogen, tijdens dat ik heb gestofzuigd.
Maar hoe zit dat dan met woorden als
paardrijden, oplopen en aantreffen?
Die woorden worden dus wel als twee woorden vervoegd. Paardgereden, opgelopen en aangetroffen.
Die woorden worden dus wel als twee woorden vervoegd. Paardgereden, opgelopen en aangetroffen.
Waarom? Omdat deze woorden in de
ik-vorm in twee delen worden geschreven.
Ik rijd paard
Ik loop op
Ik tref aan
En omdat stofzuigen en zweefvliegen in
de ik-vorm als één woord wordt geschreven.
Ik stofzuig
Ik zweefvlieg
(Afbeelding: Bron)
zaterdag 21 juni 2014
.... en ze leefden nog lang en gelukkig
Het einde schrijven voor een verhaal is niet gemakkelijk. Wanneer een einde teveel uit de lucht komt vallen, teveel wordt afgeraffeld, elementen mist of geen antwoord geeft op de belofte die het verhaal doet aan het begin, dan zal de lezer teleurgesteld of onbevredigd de laatste zin lezen.
Het verhaal wat ik voor de Paul Harland Prijs schrijf heeft zo'n einde. Het voelt afgeraffeld, te makkelijk en mist een aantal elementen. Mijn proeflezer vond het einde ook niet heel sterk, dus ik zal er aan moeten sleutelen. Dat is nog behoorlijk moeilijk en ik heb het nog niet zo vaak gedaan. De meeste verhalen hebben een begin en een midden en dan laat ik het liggen en begin ik iets nieuws. Ik heb gelukkig nog een paar dagen voor de deadline en ik krijg misschien nog reactie van een andere proeflezer. Twee verhalen schrijven voor de wedstrijd gaat me niet meer lukken, maar misschien dat het tweede verhaal wel af is voor Fantastels, een wedstrijd in de herfst.
Het verhaal wat ik voor de Paul Harland Prijs schrijf heeft zo'n einde. Het voelt afgeraffeld, te makkelijk en mist een aantal elementen. Mijn proeflezer vond het einde ook niet heel sterk, dus ik zal er aan moeten sleutelen. Dat is nog behoorlijk moeilijk en ik heb het nog niet zo vaak gedaan. De meeste verhalen hebben een begin en een midden en dan laat ik het liggen en begin ik iets nieuws. Ik heb gelukkig nog een paar dagen voor de deadline en ik krijg misschien nog reactie van een andere proeflezer. Twee verhalen schrijven voor de wedstrijd gaat me niet meer lukken, maar misschien dat het tweede verhaal wel af is voor Fantastels, een wedstrijd in de herfst.
maandag 12 mei 2014
Schrijfangst
Nu ik besloten heb mee te doen aan de Paul Harland Prijs moet ik natuurlijk wel mijn best gaan doen voor een kort verhaal. Het weekend na mijn besluit, heb ik heel hard gewerkt. Binnen de kortste keren had ik bladzijden vol geschreven. En toen liet ik het even liggen. Een weekje maar, dacht ik. Dan kan ik er met een frisse blik naar kijken. Maar dat weekje werden er twee. Is het concept wel goed genoeg? Is het verhaal wel interessant genoeg? Mis je niet belangrijke achtergrond informatie of vertel ik juist overbodige dingen? Is de hoofdpersoon wel sympathiek genoeg?
Afgelopen vrijdag sprak ik er met een vriendin over. Zij verzekerde me dat ze vertrouwen had in mijn verhaal en gaf nog een paar tips. Dit weekend schreef ik weer een beetje, wat ik aan het eind van de middag weer schrapte. Ik moet nu naar het eind werken. En dat heb ik zelden gedaan. Ik heb vele verhalen niet afgeschreven en slechts enkelen hebben wel een eind.
Het schrijven van een einde brengt nieuwe complicaties met zich mee. Heb ik wel genoeg verteld voor ik het af ga ronden. Zit er genoeg afwisseling in. Is het einde de belofte van het begin?
Ik leer in ieder geval genoeg tijdens dit schrijfproces. En ik hoop eind deze week dit verhaal af te hebben, want ik wil er nog een kunnen schrijven voor de wedstrijd.
Afgelopen vrijdag sprak ik er met een vriendin over. Zij verzekerde me dat ze vertrouwen had in mijn verhaal en gaf nog een paar tips. Dit weekend schreef ik weer een beetje, wat ik aan het eind van de middag weer schrapte. Ik moet nu naar het eind werken. En dat heb ik zelden gedaan. Ik heb vele verhalen niet afgeschreven en slechts enkelen hebben wel een eind.
Het schrijven van een einde brengt nieuwe complicaties met zich mee. Heb ik wel genoeg verteld voor ik het af ga ronden. Zit er genoeg afwisseling in. Is het einde de belofte van het begin?
Ik leer in ieder geval genoeg tijdens dit schrijfproces. En ik hoop eind deze week dit verhaal af te hebben, want ik wil er nog een kunnen schrijven voor de wedstrijd.
zondag 27 april 2014
Write-ins en wedstrijden
Wat is een write-in? Een write-in is een bijeenkomst van schrijvers met de bedoeling om tips uit te wisselen en te schrijven.
Ik nam mijn laptop mee in een niet al te geschikte tas, waardoor ik met spierpijn in mijn schouders op de bovenste verdieping van de La Place in Utrecht arriveerde. Het was de tweede write-in die ik bijwoonde. Beide keren in hetzelfde gezelschap. Een tijdje terug, rond de start van NaNoWriMo (National Novel Writing Month), richtte een kennis een schrijversgroepje op. Het wierp voor mij meteen vruchten af. De andere leden van het groepje hebben het hele proces van schrijven van een boek van begin tot einde al eens meegemaakt, een van hen heeft zelfs al contact gehad met uitgevers en een ander heeft al een aantal publicaties van korte verhalen op haar naam staan. Ik voel me echt een beginneling, maar ben gretig om te leren.
Een hele hoop dingen binnen het schrijfproces doe ik vanzelf. Ik denk er niet bij na en doe ze omdat ik denk dat het logisch is. Zoals het uitwerken van personages, plotlijnen, tijdslijn en de setting in een notitieboekje. Maar ik maak ook net zoveel beginnersfouten. Zoals het weglaten van beschrijvingen, het steeds maar herlezen en aanpassen van mijn tekst met het idee dat de eerste versie meteen de juiste versie moet zijn. Gelukkig herkennen de anderen zich daar ook in, en krijg ik van alle kanten tips om deze fouten te vermijden.
Een schrijvers community is leuk. Niet alleen is het nuttig om tips uit te wisselen, het houdt je scherp, gemotiveerd en op de hoogte van actualiteiten in schrijversland. Zo schreef ik vorig weekend op één dag meer dan ooit, omdat ik wist dat er een write-in aan zat te komen en ik niet vast wilde zitten in een schrijversblokkade. Dat hielp, want ik kon vooruit. Al kwam ik er achter dat een write-in niet bedoeld is voor productiviteit. Het wekt inspiratie op en misschien verhoogt het je productiviteit als je weer thuis bent, maar tijdens de write-in heb ik veel minder geschreven dan ik me voorgenomen had. Dat heeft twee redenen, ten eerste schrijf ik niet goed in een onrustige omgeving met veel omgevingsgeluiden, ten tweede waren er genoeg gesprekken waar ik graag aan wilde deelnemen.
Verhalenwedstrijd. Tijdens de write-in werd ik op de hoogte gebracht van allerlei schrijfwedstrijden waar ik mogelijkerwijs aan deel kon nemen.
Online op onze groepspagina, was de vraag gesteld: "Aan welke schrijfwedstrijden willen jullie dit jaar mee doen?"
Mijn antwoord daarop was: "Geen enkele."
Het was mijn bedoeling om me volledig te concentreren op mijn boek. Ik heb al genoeg tijd verloren aan schrijversblokkades en het schrijven van een kort verhaal leidt me alleen maar af. Maar.... het meedoen met een wedstrijd heeft ook voordelen. Je verhaal wordt van jurycommentaar voorzien! Dat geeft de mogelijkheid om midden in je schrijfproces feedback te krijgen op je schrijfstijl van een professionele jury. Dat is voor het schrijven van mijn boek erg waardevol.
Het idee om aan een wedstrijd mee te gaan doen, bleef mij bezig houden. Ik besloot de webpagina van de Paul Harland Prijs te bezoeken en het regelement te lezen. Vannacht beschreef ik twee concepten in verschillende schrijfstijlen. De ik-vorm verleden tijd, wat mij het gemakkelijkste af gaat, en de hij-vorm tegenwoordige tijd, wat ik gebruik in mijn boek. Ik denk erover om beide verhalen uit te werken en in te sturen. Maar voor ik aan de slag ga, moet ik me goed voorbereiden. Op de website voor de PHP, is een HIER een goed stuk te lezen. Mocht je ook willen schrijven, raad ik het je van harte aan, neem er wel even de tijd voor het is een lang artikel.
Ik nam mijn laptop mee in een niet al te geschikte tas, waardoor ik met spierpijn in mijn schouders op de bovenste verdieping van de La Place in Utrecht arriveerde. Het was de tweede write-in die ik bijwoonde. Beide keren in hetzelfde gezelschap. Een tijdje terug, rond de start van NaNoWriMo (National Novel Writing Month), richtte een kennis een schrijversgroepje op. Het wierp voor mij meteen vruchten af. De andere leden van het groepje hebben het hele proces van schrijven van een boek van begin tot einde al eens meegemaakt, een van hen heeft zelfs al contact gehad met uitgevers en een ander heeft al een aantal publicaties van korte verhalen op haar naam staan. Ik voel me echt een beginneling, maar ben gretig om te leren.
Een hele hoop dingen binnen het schrijfproces doe ik vanzelf. Ik denk er niet bij na en doe ze omdat ik denk dat het logisch is. Zoals het uitwerken van personages, plotlijnen, tijdslijn en de setting in een notitieboekje. Maar ik maak ook net zoveel beginnersfouten. Zoals het weglaten van beschrijvingen, het steeds maar herlezen en aanpassen van mijn tekst met het idee dat de eerste versie meteen de juiste versie moet zijn. Gelukkig herkennen de anderen zich daar ook in, en krijg ik van alle kanten tips om deze fouten te vermijden.
Een schrijvers community is leuk. Niet alleen is het nuttig om tips uit te wisselen, het houdt je scherp, gemotiveerd en op de hoogte van actualiteiten in schrijversland. Zo schreef ik vorig weekend op één dag meer dan ooit, omdat ik wist dat er een write-in aan zat te komen en ik niet vast wilde zitten in een schrijversblokkade. Dat hielp, want ik kon vooruit. Al kwam ik er achter dat een write-in niet bedoeld is voor productiviteit. Het wekt inspiratie op en misschien verhoogt het je productiviteit als je weer thuis bent, maar tijdens de write-in heb ik veel minder geschreven dan ik me voorgenomen had. Dat heeft twee redenen, ten eerste schrijf ik niet goed in een onrustige omgeving met veel omgevingsgeluiden, ten tweede waren er genoeg gesprekken waar ik graag aan wilde deelnemen.
Online op onze groepspagina, was de vraag gesteld: "Aan welke schrijfwedstrijden willen jullie dit jaar mee doen?"
Mijn antwoord daarop was: "Geen enkele."
Het was mijn bedoeling om me volledig te concentreren op mijn boek. Ik heb al genoeg tijd verloren aan schrijversblokkades en het schrijven van een kort verhaal leidt me alleen maar af. Maar.... het meedoen met een wedstrijd heeft ook voordelen. Je verhaal wordt van jurycommentaar voorzien! Dat geeft de mogelijkheid om midden in je schrijfproces feedback te krijgen op je schrijfstijl van een professionele jury. Dat is voor het schrijven van mijn boek erg waardevol.
Het idee om aan een wedstrijd mee te gaan doen, bleef mij bezig houden. Ik besloot de webpagina van de Paul Harland Prijs te bezoeken en het regelement te lezen. Vannacht beschreef ik twee concepten in verschillende schrijfstijlen. De ik-vorm verleden tijd, wat mij het gemakkelijkste af gaat, en de hij-vorm tegenwoordige tijd, wat ik gebruik in mijn boek. Ik denk erover om beide verhalen uit te werken en in te sturen. Maar voor ik aan de slag ga, moet ik me goed voorbereiden. Op de website voor de PHP, is een HIER een goed stuk te lezen. Mocht je ook willen schrijven, raad ik het je van harte aan, neem er wel even de tijd voor het is een lang artikel.
maandag 21 april 2014
De afleiding weerstaan
Het schrijven weer oppakkken is soms erg moeilijk. De kunst voor mij is dan om de afleiding te weerstaan. Een stapel afwas, een leuke film op de tv, dat fotoboek wat nog niet af is. In februari was het de aanloop naar de trouwdag, nu is het de logeerkamer die we aan het opknappen zijn. Er is altijd wel iets te doen wat ik prioriteit kan geven aan schrijven. Maar de afleiding is een smoesje. Want ik heb mijn eigen plekje in huis om te kunnen schrijven. Een pot thee mee en dan de deur van mijn werkkamertje dichttrekken. Dan is er eigenlijk niets meer wat mij kan afleiden. Vandaag besloot ik om me niet af te laten leiden en me lekker op te sluiten met een pot rozenthee op de werkkamer. En dat heeft geloond! Eindelijk na een lange tijd van uitstellen, kon ik eindelijk weer eens een hele avond schrijven. En zit ik nu nog maar 150 woorden van de 50.000 woorden af. Ik ben al zo lang bezig. Collega aspirant schrijvers zitten al veel sneller op de 50.000. Maar het zijn juist die gedachten die ervoor zorgen dat ik minder ga schrijven in plaats van meer. Ik meet me aan anderen. Ik wil dat mijn verhaal nu al van top kwaliteit is en daardoor ben ik nooit tevreden. In plaats van me inzetten om beter te worden of het schrijftempo van anderen bij te houden, laat ik me demotiveren.
Maar vandaag niet! Want: schrijven is een proces, het is nooit meteen goed en dat geeft niet.
Vandaag kon ik me eindelijk weer eens laten meevoeren door mijn personages van wie ik steeds meer ga houden en die zelfs mij soms verrassen.
Bij de eerste stap die Wilg onder de poort zet, voelt hij een tinteling door zijn been trekken. Het is een vreemd, maar aangenaam gevoel. De omgeving lijkt een kracht uit te stralen die hem aan wil raken. Zonder er lang over na te denken, trekt hij zijn laarzen uit en zet zijn voeten op de vloer van opaal. Een warm gevoel kruipt via zijn tenen in zijn lijf. Hij voelt het langs zijn ruggengraat omhoog kruipen. Hij hoort zijn hart kloppen en zijn bloed stromen.
Maar vandaag niet! Want: schrijven is een proces, het is nooit meteen goed en dat geeft niet.
Vandaag kon ik me eindelijk weer eens laten meevoeren door mijn personages van wie ik steeds meer ga houden en die zelfs mij soms verrassen.
Bij de eerste stap die Wilg onder de poort zet, voelt hij een tinteling door zijn been trekken. Het is een vreemd, maar aangenaam gevoel. De omgeving lijkt een kracht uit te stralen die hem aan wil raken. Zonder er lang over na te denken, trekt hij zijn laarzen uit en zet zijn voeten op de vloer van opaal. Een warm gevoel kruipt via zijn tenen in zijn lijf. Hij voelt het langs zijn ruggengraat omhoog kruipen. Hij hoort zijn hart kloppen en zijn bloed stromen.
(afbeelding van internet, eigenaar onbekend)
zondag 23 maart 2014
Een nieuwe naam voor Roos
Dit is Roos. Of nou ja, dit is een plaatje wat ik vond van een meisje dat precies lijkt op het personage Roos voor mijn boek. Nou heb ik een klein probleem. Het andere personage uit mijn boek heet Regen. Ik merk dat wanneer ik een conversatie tussen Roos en Regen schrijf, het erg verwarrend wordt bij het lezen. Omdat beide namen met een 'R' beginnen, raak je al snel de draad kwijt. Dus ik zoek en nieuwe naam voor Roos. Ik denk aan Lelie, Jasmijn, Bloesem of Lavendel. Wat vindt jij? Of heb je nog een andere suggestie?
(Afbeelding van internet, fotograaf onbekend)
Abonneren op:
Posts (Atom)




