vrijdag 17 oktober 2014

Eindelijk weer geschreven

De laatste keer dat ik iets schreef voor mijn boek, was 26 april. Ai, dat is lang geleden. In de tussentijd heb ik wel gewerkt aan twee verhalen voor schrijfwedstrijden. Eén verhaal heb ik ingestuurd, de andere heb ik niet afgemaakt. Ik ben er totaal niet tevreden over en ben erg bang dat ik ergens onderaan eindig. Het heeft misschien ook daarom wel zo lang geduurd voor ik weer ging schrijven. Deze week lukte het me dan toch om er eens rustig voor te gaan zitten en dat was heel erg fijn. Hier een klein fragment van wat ik deze week schreef.

Het pad slingert tussen de bomen door en brengt hen steeds dichter bij de kust. De lucht proeft zout en in de verte klinkt het ruisen van de zee. Na een paar bochten staan ze ineens uit te kijken over het oneindige blauwe water oppervlak van de zee.
Regen voelt haar hart naar haar maag zakken. Versteend in haar pas staart ze naar de schittering van het zonlicht in de golven en de enorme blauwe lucht erboven, die enkel wordt doorbroken door een wolk en wat vogels. Haar blik dwaalt af naar het bruisende witte schuim dat tegen de zachte randen van het pad slaat. Een warme zuivere bries speelt met haar blauwe haren en droogt de beginnende tranen in haar ooghoeken. Regen sluit haar ogen en haalt diep adem. Even voelt ze zich alsof ze weer op de rots boven de vallei staat, waar ze de vrijheid in de wind kon proeven. Dan opent ze haar ogen en weet dat dit anders is. Dit is beter. Ze is nu echt vrij. Niemand houdt haar nu nog tegen. Haar lippen vormen zich in een glimlach en langzaam loopt ze tot haar knieën het water in.
"Wat doe jij nou?" vraagt Bloesem. Ze had net zo verwonderd naar de zee staan kijken als Regen en Wilg, want geen van hen had ooit eerder de oceaan gezien.
Regen geeft geen antwoord. Ze heft haar handen en de wind zet aan. De golven rijzen en slaan tegen haar middel kapot. De wind blaast haar haren in haar gezicht en ze lacht. Hardop. Ze lacht steeds luider en eindigt haar salvo met een uitzinnige kreet. Dan slaakt ze een diepe zucht. Ze laat haar armen weer zakken, de wind neemt af en de golven komen tot rust. Ze draait zich naar het drietal op het pad. Bloesem kijkt wat angstig, Distel drukt zijn oren plat tegen zijn kop, maar Wilg glimlacht en knikt met een begripvolle blik.  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen